Over ons

Tandaradei proost op de nieuwe concertkleding!

De west-Friese formatie Tandaradei wil de bron van historische muziek graag voor een breed publiek aantrekkelijk maken. Dit doen we door de muziek vrij te interpreteren, deze te mengen met muziek uit latere tijden, klanksferen te maken, theatrale elementen toe te passen en zo een totaalbeleving samen te brengen daar waar mogelijk is. Wij nodigen u uit om te genieten van onze mooie en soms vergeten muziek.

De vier vaste leden hebben allen een muzikale opleiding, waardoor de professionele benadering plaatsvindt. Wat ze samen bindt is de passie voor zeer oude historische muziek, vooral uit de middeleeuwen, renaissance en als dit in het programma past muziek uit latere tijden tot het heden. Zo ontstaan ingrediënten om ons muzikale (geheime) recept uit te kunnen voeren.
We houden ons niet geheel vast aan een periode of streek, maar laten ons verleiden om verbanden en stijlen te mixen.
Concertgelegenheden die vragen om een zuiver middeleeuwse of renaissance uitvoering staan ook op ons repertoire. Hierbij is de historisch correct gespeelde muziek en gedragen kleding van essentieel belang.
Zo zijn we op meerdere tijdsperiodes in te zetten en kunnen diverse stijlen belicht worden.

Het Middelhoogduitse woord Tandaradei betekent allereerst het beeldend kopiëren van de zang van de nachtegaal. Het is waarschijnlijk veel bekender uit het lied van de middeleeuwse componist en minnezanger Walther von der Vogelweide “Unter den Linde”. Daarnaast staat het synoniem voor: enthousiaste, uitroep van vreugde, zinspelen op verleiding, de kleur rood en een ironische uitdrukking.

Tandaradei, ons comen er aen.

Ons clanken sin helder, gewaegd ende vol van de cracht.
Menig ore is hier ende door in beroering gebracht.
Vijf stemmen die volle ende tesaem vloeien,
instrumenten die met hun tonen open bloeien.
Alde clanken en verhalen schullen weer gaen clinken,
van een lach ende ene traan, om weg te pinken.

Tandaradei, ons comen er aen!
Ons sin blide als ons vore hu optreden gaen.

Foto: Wim Swart